Toy Fair 2011

Dit jaar vindt wederom de speelgoedtentoonstelling van Nurnberg plaats. Van 3 tot 8 februari worden de nieuwtjes van de speelgoedbranche tentoongesteld. Alle grote racebaanfabrikanten zullen daar aanwezig zijn.

Op de website van de Spielwarenmesse Nurnberg kun je alle informatie vinden. De tentoonstelling is vooral bedoeld voor professionele bezoekeres, dit zijn o.a. winkeliers en importeurs.

Als je van plan bent om te gaan, is het handig om de mobile applicatie te downloaden. Daar vind je alle informatie over de standhouders. De apllicatie is beschikbaar voor de BlackBerry, Java enabled mobile phone, PocketPC, Apple iPhone en Android Phone. Kijk op de webite van de speelgoedbeurs voor meer informatie.

NSR Porsche 997

Na enkele klassieke modellen heeft NSR weer een moderne raceauto uitgebracht: de Porsche 997 Rally. De eerste twee versies zijn ‘Test Cars’ en verkrijgbaar in het wit en rood. Dit nieuwe model valt op door het toepassen van (voor NSR) nieuwe technieken met betrekking tot de sleper en de vooras.

Wat betreft de modelkeus heeft NSR geen spannende selectie gemaakt. Er is bijna geen racebaanfabrikant meer te vinden die geen Porsche 997 in het assortiment heeft opgenomen. Er is dus genoeg vergelijkingsmateriaal te vinden. Qua detaillering zijn er betere modellen te vinden, daarvoor moet je niet voor het model van NSR kiezen. Ook als je goedkoper model wilt, dan ben je bij NSR ook niet op het juiste adres. Een model van NSR kost al gauw zeventig Euro. NSR kan jouw keuze zijn als het om kwaliteit en snelheid gaat.

De witte NSR is echt hagel wit en zit perfect in de lak. De rode is qua kleur ook fraai, maar heeft enkele een paar oneffenheden. Jammer, want dat valt wel erg op als er geen ander opdruk aanwezig is. Het gebrek aan opdruk betekent meestal dat het gaat om een straatversie van een auto. Niet in dit geval. Geen racestrepen, maar wel twee poppetjes in de auto: de rally coureur en co-piloot.

Alle modellen van NSR, dus ook de Porsche 997, zijn uitgerust met goede onderdelen. Deze Porsche heeft alles. Een snelle motor (King 21), velgen die met imbusschoefjes vastzitten, busjes om speling te voorkomen bij de assen, goede banden en uitstekende tandwielen.

Om (neerwaartse) speling aan de vooras te voorkomen heeft NSR vier imbusschroefjes meegeleverd om de vooras te fixeren. De schoefjes zijn dus niet in de fabriek aangebracht. Door de schroefjes in de daarvoor bestemde gaten te draaien kun je de vooras hoger of lager plaatsen.

Het chassis van de Porsche 997 is van een ‘drop arm’. Dit is een sleper arm zoals de Raid modellen van Ninco ook hebben, maar heeft NSR deze in de vorm van een driehoek. Zeer vindingrijk van NSR. Voor hobbelige en rally circuits kan deze sleper arm natuurlijk erg handig zijn, maar op mijn vlakke Pleasuredome track heb je daar niet veel aan. Daar heeft NSR wat op gevonden: de sleper arm is met een schroefje vast te zetten. Het is ook mogelijk om de speling van de arm te beperken. Ook dit schroefje wordt los meegeleverd en dus niet door NSR alvast op zijn plaats gezet. Ik vind het vreemd dat NSR niet een kleine beschrijving erbij levert, want er zullen slotracers zijn die misschien geen idee hebben wat ze met de schroefjes aan moeten.

Het schoentje zelf een een ‘lange stang’. Ninco heeft ook dergelijke schoentjes, maar gebruikt een veertje om het schoentje naar beneden te drukken. Bij NSR ontbreekt dat veertje. Ik heb een veertje gemonteerd en heb daar goede resultaten mee geboekt.

Het subchassis is afstelbaar met kruiskopschroeven. De motor is een angel winder type.

In eerste instantie reed ik een behoorlijk snelle rondetijd met het standaard model. De vooras had ik nog niet gefixeerd en de sleper arm was ook nog niet vastgezet. De tijd die ik op mijn ‘white board’ kon zetten was minder snel dan de tijd gezet met een Mosler van NSR. De Porsche is dus snel, maar niet het snelste model van NSR.

Na het fixeren van de drop arm en vooras dacht ik een snellere rondetijd te kunnen maken. Helaas, dat is me niet gelukt. Dus of de nieuwe techniek daadwerkelijk nuttig is, valt te bezien. Daar is meer tijd voor nodig. Wellicht valt er wel succes mee te boeken op een ander baantype.

Dit is de NSR waarmee je snel wilt racen en erg rap over de limiet gaat. Met deze Porsche ben ik met de testsessies al menig keertje uit de bocht gevlogen. De auto ligt minder goed op de baan dan de Mosler. Toch ben ik erg blij met deze slotcar. Het rijgedrag van de ‘klassiekers’ van NSR is min of meer voorspelbaar. Dit is een auto die anders dan anders is in meer dan een opzicht.

Met dank aan Klaas Bos uit Putten van Slotraceshop.nl.

Heb jij deze Porsche ook? Is het jou wel gelukt ‘m sneller te maken dan de Mosler?

Avant Slot Audi

De Audi van Avant Slot is een lichte slotcar waarmee je lekker kunt racen. De bandjes waren een beetje uitgedroogd en was daarom onberijdbaar op mijn houten racebaan. Daarom heb ik er andere banden onder gemonteerd. Wel rubber, want ik heb geen siliconen banden in die kleine maat. Het zijn geplakte banden van NSR geworden. De auto heeft goede grip en rijdt fantastisch.

Ninco Renault Megane

Inmiddels heeft Ninco de derde generatie Renault Megane uitgebracht. Van de laatste generatie werd in eerste instantie werd de simpele, startersversie Ninco 1 gemaakt, maar vorig jaar is ook de Lightning uitvoering in de winkel verschenen.
Leuk aan dit model is het Nederlandse karakter. Niet alleen de naam van de rijder is Nederlands ook de sponsor is herkenbaar: Bribus (punt nl) Keukens en B. ten Brinke.

Eind jaren negentig kwam Ninco met de typische clubauto, de Renault Megane. In vier kleuren werd de auto in eerste instantie uitgebracht. Later kwamen er nog andere rally versies. De modellen waren zeer simpel, d.w.z. niet gedetailleerd. De tweede generatie Renault Meganes was een enorme hit voor Ninco. Er zijn heel veel kleurvarianten uitgebracht. De Megane, standaard voorzien van een NC5 motor, was pittig en fantastisch om mee te racen. Het was mogelijk om een ‘Prorace’ variant te kopen en deze werd geleverd in een prachtig koffertje. Hier en daar zijn deze sets nog verkrijgbaar.

Een Ninco 1 model is eenvoudig en goedkoop. De modellen zijn uitgerust met een zwakke motor, waarmee Ninco zich richt tot (kleine) kinderen en beginners. Naast de plastic onderdelen op het chassis is het kapje ook eenvoudig van aard. Waar andere modellen worden voorzien van een volledig interieur zijn de Ninco 1 modellen uitgerust met lichtgewicht lexan interieur. En daar ligt het verband met snelle modellen. Voor Ninco is het betrekkelijk eenvoudig het kapje van Ninco 1 te voorzien van een hoogwaardig chassis met dito onderdelen.

De Renault Megane Trhophy 09 Atag Lightning (Ref. 50551) is (bijna) het beste wat Ninco kan bieden. Deze lightning Megane heeft alle Prorace onderdelen aan boord die je wilt hebben. De wielen zien er bijzonder fraai uit. 5-spaaks wielen die met de bekende schroefjes vastgezet moeten worden. Ook het tandwiel en de stoppers zijn instelbaar, waardoor je erin moet kunnen slagen om er een redelijk geruisloze AW van te maken. Ninco staat natuurlijk bekend om het geluid (geratel) dat ze produceren. Met de twee stoppers zou het zo moeten zijn dat je het geluidsniveau zelf in de hand hebt. Overigens is ook het kroonwiel eenvoudig verplaatsbaar.

De motor, NC-12, met de bijnaam Crusher+, wordt misschien door sommige racers te pittig gevonden. De motor telt 23.500 rpm bij 14 volt. De motor is geplaatst in het nieuwe onderdeel, het sub-chassis. De motor is vastgezet met twee schroefjes, dus geen plakband of lijm nodig. De mooie bedrading maakt deze auto helemaal af.

Technisch zit de auto prima in elkaar en dat merk je op de baan. De Renault Megane van Ninco is snel en in de standaard opstelling op een houten racebaan niet ideaal. Dit moet beter kunnen. De harde banden moeten vervangen worden door een zachter type. Na enige oefening is de auto beter in de baan te houden en kunnen er constantere rondetijden worden geregistreerd.

Dit is duidelijk een auto met potentie. Zeker op een Ninco baan zal deze auto voortreffelijk rijden. Met de vorige versie had ik veel problemen met de standaard wielen (die ik ook vervangen heb met Prorace of Slot.it materiaal). Door de wrijving liepen de wielen er bij alle auto’s na een paar races op mijn oude Ninco racebaan vanaf. Nu de achterwielen vastzitten met schroefjes is de auto gelijk al een stuk beter.

Dit kan voor Ninco weer een topper worden. Het is een aantrekkelijk model met uitstekend materiaal onder de kap.

Wat vindt jij van de Megane van Ninco?
Heb jij een mening over de ‘Lightning’ modellen van Ninco?

NSR Ford GT40 MKII

De Ford GT40 MKII is wederom een top model van NSR. Deze auto is snel, goed handelbaar en een potentiële winnaar onder de klassiekers.

Ik heb het al vaker geschreven: NSR maakt modellen waarmee geracet moet worden. Ook dit model voldoet aan de specificaties die wij, veel eisende slotracers, wensen. Toch lijkt het erop dat NSR steeds meer doet aan de detaillering van de auto’s. Dat zie je aan een gril, motor details en andere maar minder opvallende zaken zoals reliëf.

Het minpuntje dat ik bij de Porsche 917 al eens opmerkte, heb ik nu weer vastgesteld. NSR heeft problemen om wit op rood te drukken. Het wit is gewoon niet wit genoeg. En dat is jammer. Een extra laagje zou dit rode model echt volmaakt maken. Helaas is dat niet het geval.

Verder vind ik de auto er opvallend goed uitzien. Het is een echte GT40 en misstaat niet tussen de GT40’s van andere merken.

De standaard banden kennen we van de andere klassiekers van NSR zoals de Porsche 917 en de Ford P68. Als je de standaard banden vervangt door de Slick High Profiel banden (NSR 5208) dan ben je gelijk een stuk sneller. Ze liggen beter op de baan en slijten minder snel.

Het chassis is ook nagenoeg gelijk aan de andere klassiekers van NSR. De motor is ook van het type Shark 20 en is zijwaarts geplaatst. Het zwarte plastic tandwiel kennen we al van de Ford P68. De ronde magneet is verplaatsbaar (drie standen).

De vooras heeft net zoveel speling als bij de Porsche 917. De speling zorgt ervoor dat de auto lekker laag op de baan kan liggen, zonder dat de banden aanlopen op het kapje, dat overigens met drie schroefjes (twee lange, een korte) is gemonteerd.

NSR zorgt ervoor dat de auto echt klaar is voor gebruik. Natuurlijk een beetje smeren. Ik vet de tandwielen goed in en olie de assen een beetje. De imbus schroefjes zitten allemaal goed vast. Je zou verwachten dat dit standaard is, maar bij enkele merken is het verstandig deze eerst goed aan te draaien alvorens de auto op de baan te zetten. Ik controleer het altijd, merk onafhankelijk. Het in laten lopen doe ik steeds minder, maar ik race ook niet op een club. Met mijn racevrienden race ik over het algemeen alleen met de Moslers van NSR. Mijn Moslers zijn wel tiptop in orde en zijn voorzien van motoren die zijn ingereden, want het scheelt echt.

Het subchassis heb ik behoorlijk vastgezet op mijn houten racebaan. Speling vind ik niet nodig, maar ik denk dat de experts het daar niet eens mee zijn.

Nog een klein minpuntje. Ik vind de motordraadjes wat aan de dunne kant. Ik zie liever stevige kabels. Ik weet niet of het in snelheid uitmaakt, het is puur een gevoel.

Ik vraag me af of ze bij NSR ook slechte modellen kunnen maken? Bij andere merken kun je zo een aantal voorbeelden noemen van modellen die onder doen aan andere auto’s. NSR heeft tot nu toe maar een vreemde eend in de bijt geproduceerd en dat is de Abarth 500. Met die auto is technisch niet veel mis, maar racet toch ‘minder lekker’ dan die andere modellen.

De Ford GT40 MKII is in ieder geval een model waarmee ‘classic’ clubraces verreden kunnen worden. Een klassieker met pit.

Tenslotte dit. Koop geen troep. Koop NSR. Een beetje duurder, maar dan word je ook niet teleurgesteld. Nee ik heb geen aandelen van NSR. Ik ben gewoon enthousiast. Net zo enthousiast ben ik over de winkelier waar ik dit model gekocht heb: Klaas Bos te Putten van Slotraceshop.nl.

Racebaaninfo.blogspot.com

Een nieuw begin. Deze weblog is een voortvloeisel van mijn website www.racebaaninfo.nl. De website heeft meer dan zes jaar bestaan. Door het maken van een andere keuze is de site overgegaan tot een weblog. Terug naar de basis, aangezien het zeven jaar geleden is dat ik met een blog (racebaannieuws) ben begonnen. Veel artikelen van de oude site zullen op deze blog weer verschijnen, maar wel met andere foto’s (nieuwe stijl).

Hieronder staan al enkele berichten, dan kun je alvast wennen aan de nieuwe stijl.

Bouwverslag Pleasuredome 2010

Een racebaan maken van hout kan iedereen. Je moet natuurlijk niet te onhandig zijn, maar met een beetje hulp hier en daar, kunnen alle hobbyisten erin slagen om je eigen ‘droomcircuit’ te maken. Dit is een verslag, plan van aanpak, van mijn houten racebaan Pleasuredome 2010.

Stap 1 – Layout

De belangrijkste stap is gelegen in de voorbereiding van het baanontwerp. Het baanontwerp moet in de meeste gevallen worden aangepast aan de ruimte van de kamer. In eerste instantie koos ik ervoor om de baan – zoals Pleasuredome 2009 – met één kant tegen de muur te plaatsen, waardoor de racebaan prominent in het midden van de racebaankamer kwam te staan. Van dat idee ben ik afgestapt, omdat ik uiteindelijk voor een klassiek recht stuk heb gekozen en de bochtencombinatie zodanig heb afgestemd met de ruimte om plaats te creëren. Met de vorige racebaan was het erg krap in de kamer. Nu is de baan in een hoek geplaatst en is er voldoende plaats voor vier volwassen personen. De lengte van de baan is minder lang geworden, maar binnen de marge 9 – 12 meter, hetgeen volgens mij lang genoeg is voor een thuisbaan.

De breedte van de baan kiezen is ook van groot belang. Aangezien mijn racebaan ook geschikt moet zijn voor 1:24 slotcars heb ik voor de breedte van Carrera gekozen. De rijbaan, inclusief slipstroken is 40 centimeter. De afstand tussen de sporen is 10 centimeter. Het is eenvoudig: hoe breder de baan des te meer ruimte je nodig hebt. Er is daarom een groot verschil tussen baanafmetingen van Carrera en Scalextric. Je kunt meer bochtencombinaties maken met Scalextric dan Carrera op dezelfde ruimte.

Het ontwerp is gebaseerd op een ontwerp dat ik een keer met een Carrerabaan heb gemaakt. De baanstukken die ik eens in mijn bezit had, heb ik geleend om mijn ontwerp uit te leggen op de grond. Daardoor wist ik de afmetingen beter in te schatten. Ik ben wel het Carrera ontwerp afgeweken, dus het is niet mogelijk om de baan precies na te maken met baandelen van Carrera.

Stap 2 – Layout op hout

Voor de racebaan heb ik drie standaard platen Mdf gekocht. De gekozen dikte van het hout is 12 mm. In de garage heb ik twee platen in de lengte gelegd en één daarnaast. Vervolgens heb ik de Carrerabaan op de platen uitgelegd. Niet dat ik de volledige Carrerabaan als ontwerp heb gebruikt, maar wel voor de basis van Pleasuredome 2010. De uiteindelijke buitenranden van de baan heb ik afgetekend op het hout. De volgende stap was het uitzagen van de contouren.

Stap 3 – Maken van een tafel

Ik heb een eenvoudig frame, dat ik al enkele jaren voor mijn racebanen gebruik, aangepast aan de drie delen van de baan. Het frame bestaat uit balkjes en stalen tafelpoten van de bouwmarkt. De drie tafelbladen kunnen worden gedemonteerd zodat de racebaan ‘verhuisbaar’ is (na de verhuizing moet dan wel nieuw koper worden geplaatst, maar dat is een eenvoudig werkje). De delen zijn met balkjes aan elkaar vast gemaakt. Onder ieder deel zit een balkje en nadat de balkjes bevestigd waren, heb ik ze doorboord en voorzien van grote schroeven en moeren. Het is natuurlijk de bedoeling dat de tafelbladen zo nauwkeurig mogelijk aan elkaar aansluiten. Eventueel kan het worden opgeschuurd. Heb je een meer permanente plaats voor je racebaan dan kun je de overgang van de bladen plamuren en afschuren zodat er geen naad zichtbaar is. De naad is op mijn racebaan dus wel zichtbaar, maar is totaal geen belemmering voor het racen.

Er zijn natuurlijk veel manieren om het tafelblad aan het frame te bevestigen. Ik heb gekozen voor de simpelste oplossing. Hier en daar een beetje houtlijm en de boel zit muurvast. Op deze manier voorkom je gaten (die je later weer moet opvullen) in het tafelblad.

Stap 4 – Frezen

Voor het frezen wordt door slotracers geadviseerd niet een al te groot apparaat te kopen. Met een ‘kleine’ freesmachine kun je beter manoeuvreren. Met de meeste eenvoudige bovenfreesmachines (kosten ongeveer 100 euro) kun je een racebaan maken. Het bitje, het boortje, dat ik gebruik heb is 3 mm breed. Let hierbij even op. Als je de adviezen van Oldslotracer opvolgt en ook de kopertapeneerleger gebruikt, dan is het wellicht beter om een slotbreedte van 3,2 mm te hanteren. Kennelijk is dit een Amerikaanse maat, want ik – en andere slotracers in Nederland – hebben geen bitje kunnen vinden voor 3,2 mm. Mijn bit heeft een schachtbreedte (bevestiging van het bitje in de bovenfreesmachine) van 8 mm en dus een freesdikte van 3 mm.

Er zijn diverse methodes om te frezen. Ik denk dat Slotticar het destijds op zijn website het beste heeft uitgelegd. Of je volgt de contouren van de rijbaan of je volgt (zoals Oldslotracer.com) een plastic geleider. De laatste methode is vrij eenvoudig. De geleider wordt met spijkertjes steeds vastgezet langs het spoor waar de freesmachine langs moet gaan. Volgens mij is dat de meest gebruikte wijze van aanpak. Ik heb gekozen om de contouren te volgen.

Om de contouren te volgen moet je een plankje maken dat je onder de freesmachine bevestigt. Ik heb het plasticdeel dat onder de frees zit verwijderd en het plankje passend gemaakt voor de frees. Op het plankje heb ik de afstanden aangetekend en twee kogellagers vastgeschroefd. Het plankje kan dan langs de tafel bewegen en een groef maken op de afstand die je zelf heb vastgesteld.

Natuurlijk is het verstandig om een teststrook te maken en te oefenen met de freesmachine. Ook het ‘droog oefenen’ op de racebaan is verstandig, om verrassingen te voorkomen. Denk dan bijvoorbeeld aan de stroomdraad, dat je daar niet mee vastloopt. Met mijn bit kon ik in één keer rond en de gleuf met voldoende diepte maken. Mosler Bob stelt op zijn site dat je 3x moet frezen om met een bitje (van 3 mm) 9 mm diep te frezen. Ik heb, denk ik, een diepte van 6 mm in één keer gefreesd, zonder problemen. Ik had wel een geavanceerde bit met schroefdraad die het afzaagsel naar boven transporteert. Heel verstandig was het waarschijnlijk niet, want je loopt het risico dat het bitje te warm wordt.

Frees tegen de rijrichting is, dan kun je uitschieters eenvoudig repareren. Ik heb aan dit principe vastgehouden. De rijrichting stond voor mij vast (richting de wijzers van de klok) daarom moest ik tegen de richting in gaan frezen. Dat was niet echt handig vanwege de bediening van de frees. Ik ben rechtshandig en eigenlijk had ik het plankje met die hand willen begeleiden, maar aan- en uitknop zit ook rechts. De frees moest ik dus wel met rechts bedienen en het plankje met de linkerhand. Niet echt handig. Dat zou ik een volgende keer anders doen.

Ik vond de hoeveelheid stof erg meevallen. Als je iemand je kan begeleiden met de stofzuiger is dat handig, want de hoeveelheid stof kan het bewegen van de freesmachine beperken.

Na een scherpe bocht ging ik met de frees de mist in en maakte ik een verkeerd spoor. Deze heb ik met voor Mdf geschikt plamuur dicht gemaakt, een nacht laten drogen (vervolgens afgeschuurd) en de volgende dag het goede spoor getrokken.

Stap 5 – Verf

Na het schoonmaken (en eventueel gaten dichten, bijvoorbeeld van spijkers) van het tafelblad heb ik de baan in de grondverf gezet. Ik heb gekozen om acrylverf te gebruiken. Dit verfsoort heeft bepaalde voordelen boven olieverf. De korte drogingstijd maakt het mogelijk om snel te werken en er zijn geen stinkende of giftige oplosmiddelen nodig, want onder de kraan kun je de kwasten eenvoudig schoonmaken.

De meeste houten racebanen hebben een licht grijze kleur, maar omdat ik dat niet zo mooi vind, heb ik gekozen voor een donkergrijze kleur. Ik heb matte kleuren toegepast, want ik wil niet dat de auto spiegelt op de baan.

Verder is het kiezen van de kleuren natuurlijk afhankelijk van het resultaat wat je wilt hebben. Mijn belijning is geïnspireerd op de circuits van Paul Ricard en Yas Marina circuit in Dubai.

Rijles voor slotracers

Racen is een psychologisch spelletje. Houd je zenuwen in bedwang. Veel racers denken dat een race beslist wordt in de eerste bocht. Het komt vaak voor dat 1 of meer racers er al bij de eerst bocht zijn uitgevlogen. Het is verstandig om voorzichtig van start te gaan. De race wordt ook niet gewonnen in de eerste drie ronden. Het is zaak geconcentreerd te beginnen. Laat het maken van fouten over aan de andere deelnemers van de wedstrijd.

Blijf in de baan. Je verliest veel tijd als je auto uit de baan is gevlogen. Door van de baan te raken loop je achterstand op, die je op de baan moet goed zien te maken. Probeer de tegenstanders niet uit de baan te duwen. Het is zeer verleidelijk om in de binnenbocht je tegenstander een duw te geven, maar de meeste racers sneuvelen bij een dergelijke poging zelf in de vangrail.

Volg je eigen strategie. Zo doet men dat ook in de Formule-1. Probeer je te concentreren op je eigen race. Je racet het snelste als je in een bepaald ritme kunt volhouden. Let niet op fouten die door anderen worden gemaakt. Luister vooral niet naar commentaar van andere racers. Geoefende racers proberen snelle tegenstanders uit de concentratie te halen door prikkelende opmerkingen te maken. Probeer je zoveel mogelijk af te sluiten van je omgeving, maar wees alert op instructie van de raceleiding.

Veel racers rijden te voorzichtig om niet van de baan te vliegen. Door op de rechte stukken vol gas te geven en op tijd te remmen voor de bochten kan op een eenvoudige wijze een snelle ronde worden gereden. Probeer het eerder genoemd ritme in je race te ontdekken zodat je in een bepaalde trance raakt. Als je van te voren een risicoanalyse maakt van het circuit, verminder je de kans dat je onnodig van de baan gaat. Hiermee wordt bedoeld dat je bedenkt waar je vol gas kan gaan en welke bochten je voorzichtig moet nemen.

Aan de leiding komen is eenvoudiger dan eerste te blijven. Bij sommige racers verslapt de concentratie zodra zij aan de leiding komen. Nogmaals, slotracen is een psychologisch spelletje. Tactiek en techniek zijn belangrijk, maar de racer die zijn zenuwen het beste onder bedwang kan houden is vaak de winnaar.

Digitaal slotracen
Met digitaal slotracen komt er weer een ander fenomeen om de hoek kijken; het met meerdere slotcars tegelijkertijd op twee sporen rijden. Je kunt hierdoor snel afgeleid worden. Het is de kunst om je zoveel mogelijk op je eigen auto te concentreren. Niet alleen de crashes van je racegenoten leiden af, maar ook het commentaar dat men geeft. Ook hier geldt, met een goede concentratie behaal je goede resultaten.

Xlot Ferrari F430

In 2008 kwamen de eerste twee modellen van Xlot op de markt. In september 2009 heb ik de Porsche 997 al getest. Ik was toen gematigd enthousiast. Na verloop van tijd kreeg ik steeds meer plezier in het racen en sleutelen aan het model van Xlot. Eind vorig jaar heb ik ook de Xlot Ferrari F430 aangeschaft. Wegens tijdgebrek had ik geen gelegenheid het model in het elkaar te zetten. Inmiddels is de kit gebouwd. De Ferrari F430 wordt namelijk in onderdelen geleverd. Er wordt gezegd dat Ninco niet de licentie had om het model kant-en-klaar te leveren.

In het kleine doosje waarop het model is bevestigd, zitten de onderdelen. Erg knap van het merk om al die losse onderdelen in het doosje te proppen. Naast de onderdelen zitten er nog twee handleidingen (chassis en aandrijving) bij. Die heb je zeker nodig als je niet een voorbeeld hebt. Ik heb het chassis van de Porsche gewoon nagebouwd.

Het bouwproces neemt zo’n anderhalf uur in beslag. Het gereedschap zit ook in het doosje, maar het is toch handiger als je echt gereedschap gebruikt. Ninco heeft dit dan ook in het assortiment opgenomen. Ik gebruik het gereedschap dat ik nodig had voor mijn Plafit modellen. Nu ik het toch over Plafit heb, het materiaal van dat merk is beter dan Xlot. Tijdens het bouwen verboog ik een onderdeel van het Xlot chassis zonder dat ik dit in de gaten had. Gelukkig kon ik het gewoon herstellen, maar de kwaliteit kan dus beter.

Het kapje zit strak in de ‘lak’. De auto is zeer goed gedetailleerd. Ondanks het feit dat de spiegels flexibel zijn, is er toch een bij mij afgebroken en dat laat zich slecht herstellen. Eenmaal eraf, dan is het min of meer blijvend, want dan breekt het steeds weer af.

De bevestigingspunten voor het chassis zijn door Ninco scheef op het kapje geplakt. Foutje van de zaak, maar dit laat zich wel herstellen. Voorzichtig heb ik ze eraf gesneden en opnieuw (op de juiste hoogte) weer vastgeplakt.

Het tandwiel is van plastic en is lastig op de as aan te brengen. Dat vergt enige inventiviteit. De ‘pro’ tandwielen zijn wel van aluminium en kunnen met een schroefje worden vastgezet. Jammer dat Ninco bezuinigt op dit model door een plastic tandwiel mee te leveren.

De spoorbreedte van de Ferrari is iets breder dan de Porsche. Ook is de wielbasis langer bij de Ferrari. Ondanks dat hetzelfde (basis)chassis wordt gebruikt, heb je dus daadwerkelijk met twee verschillende modellen te maken.

De Xlotcars laten zich goed besturen. Het weggedrag is goed te controleren. Als je overstapt van een lichte 1:32 slotcar (zoals een NSR Mosler) naar een Xlot model dan is het wel even wennen. De Xlot auto lijkt dan log en loodzwaar te zijn. Dat is ook logisch, want de auto van Xlot is drie keer zo zwaar dan een 1:32 plastic slotcar.

Als je eenmaal aan het racen bent, dan vind je het snel ‘lekker racen’, dat garandeer ik jullie!