Interview met Hein Tunnissen

Vuistregel: koop een Ninco die je leuk vindt en geef dat geld nog een keer uit aan onderdelen en dan heb je wat.

Hein Tunnissen is een overtuigd slotcarracer. Het gaat hem om de vriendschap, het lachen en de spanning van het racen. Vaak dwars (siliconenbandjes!), maar ook wars van geblaat zonder argumenten. Dan scherpt hij zijn pen en doopt hij hem in vitriool voor een nieuwe blog. NSR en Slot.It zijn gewoon spijkerharde commerciële bedrijven. “Vergeet dat nooit! Innovaties zoals EVO 4 zijn vooral bedacht om te verleiden, niet om te winnen”, zo orakelt hij en die opvatting is vooral ingegeven door professionele journalistieke argwaan. Italië? Cosa Nostra!

hein tunnissen

De interviews van Racebaaninfo.nl komen via de e-mail tot stand. Voor de één is dat lastiger dan voor de ander. Op deze site lees je interviews met mensen die nooit schrijven en mensen die zeer bedreven zijn met het toetsenbord. En als je een journalist aan het woord laat, wordt het anders dan anders! En dat wordt zeer gewaardeerd.

Wie ik ben en wat ik doe?
Echtgenoot (61) van Thea, met dochter en zoon, eigenaar Textfree, journalist/eindredacteur, DHZ-er, hobbyist, zeiler, blogger, liefhebber van dieren en de natuur en slotcarracer. Ooit opgeleid als TV- en radiojournalist, maar op het laatste moment overgestapt naar de schrijvende pers. Niet zo heel vreemd, want voor de elektronische media moet je minstens zoveel schrijven. Laten we maar zeggen dat het de liefde voor de taal en de krant is geweest. Mijn werkterrein als krantenman lag deels in het buitenland (allround), meer gespecialiseerd nationaal (bouwnijverheid/milieu) en de laatste jaren voordat ik mijn eigen bureau opzette (1988) vooral in de Randstad met een dikke streep onder Den Haag. Ik woonde op talloze plaatsen en uiteindelijk in Ouderkerk a/d Amstel. Toen was ik al helemaal opgeschoven naar het maken van ‘blaadjes’, magazines dus. Dat kwam ook omdat ik wat voorzichtiger met vrienden en vriendinnen werd: ze liepen nogal veel weg omdat met een krantenman nu eenmaal niet te leven valt. Spreek je wat af, moet hij weer weg! “Ja, daag!”

Mijn vrouw vond ik in café ‘De Vrije Handel’ in de Dorpsstraat in Ouderkerk, juist toen ik besloten had dat ik weg wilde uit de Randstad vanwege het lawaai, de files en de idiotie, zoals op zondag gaan wandelen in het Amsterdamse Bos of in de buurt van Blaricum! Doorslaggevend was de ochtend dat ik wakker werd door het verkeer op de Rijksweg A9 dat al ter hoogte van de Ouderkerkerplas tot stilstand kwam. Wat een mesjogge land! Wakker worden van de stilte! Mijn vrouw heeft razendsnelle hersens, dacht minder dan drie seconden heel diep na, zei ja en toen woonden we in Musselkanaal. We trouwden, kregen een Fries (SamSam) voor ons huwelijk en zette die naast onze vier shetlandertjes die we al eerder kochten op de paardenmarkt in Zuidlaren. Later kwam daar nog ons schaakstuk IJsbrand bij, de grote vriend van Sam. IJsbrand was een kleine Friese hengst die keer op keer tegen alle medische wetten in bleef leven. Fysiek van porselein, maar wat een lief paard. Hij wist drommels goed dat we hem meerdere keren voor de hellepoort hebben weggesleurd.

Interview met Hein TunnissenGroningen – Musselkanaal
Zelf had ik wat minder goed nagedacht over de aankoop van onze woonboerderij, want ik werkte nog in Den Haag. Ik pendelde vier keer per week naar de residentie. Vijf uur op, per auto naar Assen, trein, stipt om 9.00 achter mijn bureau. ’s Avonds omgekeerde volgorde, net voor het Journaal weer thuis. Het kostte mij geen enkele moeite; acht jaar gedaan. Toen had ik vooral genoeg van Den Haag en vooral van het feit dat iedereen overal mee wegkomt. Ik zeg Teeven! Ik roep Eurlings! Ik schrijf Kamp, …Bah!

Het was wel een wat drukke tijd met twee kleine kinderen, een stal vol dieren, twee honden, twee katten en later nog een handvol konijntjes. Ik herinner me nog dat ik ooit in donker november, net terug uit Den Haag, een immens speelrek bij het schijnsel van een bouwlamp in elkaar aan het zetten was, dat mijn vrouw die middag had gekocht. Een tandemasser vol balken en bouten, maar dan heb je ook wat! Ongeveer een maand geleden heb ik dat bouwwerk weer afgebroken, zoals dat gaat. Kindertjes worden groot. Doen nu beide op hun slofjes Technasium in Stadskanaal en kijken al reikhalzend uit naar de echte wereld: Delft, Enschede of Eindhoven voor Rick. Amsterdam, Utrecht of Hamburg voor Joyce. Of omgekeerd, want ze zijn nog wat wispelturig.

Mijn vrouw en ik leefden die jaren in een bijzonder straf en gedisciplineerd tempo, want alles wat je uitstelde, kreeg je de volgende dag dubbel op je bordje. Het werkte vooral omdat ons huis met militaire precisie is ingericht en vooral opgeruimd. Ik zoek nooit naar een hamer! En dat is ook niet nodig! Het scheelt enorm veel tijd en die stijl van leven is uiteindelijk veel eenvoudiger en maakt dat je meer kunt doen. In mijn blog heb ik ooit een beetje gekankerd op de zooi in de racekisten van slotcarracers. Is dat zo erg? Ja. De ongevalscijfers op bouwplaatsen in Nederland liepen hard terug toen aannemers werd verteld dat zij de bouwput beter moesten organiseren en vooral moesten opruimen. Zelfs de kosten lopen terug. F1, nog zo’n voorbeeld. Daniël Ricciardo komt de pit in (Monaco) en er zijn geen banden! Dan doen je iets heel erg fout! Fastnet Race in 1979, dramatisch verlopen race! Oorzaak was natuurlijk de onverwachte storm, maar evenzeer het feit dat de bemanningen aan dek de zaken niet op orde hadden. Als schipper op een skûtsje was ik in mijn jonge jaren meedogenloos als het om opruimen ging. Toen al. Ik schreef: winnaars hebben een opgeruimd dek (racekist)!

In den beginne
De slotcar-fever hangt daar mee samen. Mijn broer en ik waren te gast bij familie in Herpen. Zij hadden daar een boerderijtje gekocht om Haarlem te ontvluchten. Zes jongens met een enorme Scalextric tweesporenbaan. Helemaal in hun stijl was het een bende van snoeren, kapotte auto’s en rondslingerende zooi, zoals verroeste schaatsen, halve tenten van Neef Sport, kapotte voetballen en wat dies meer zij. Geld zat, troep zat! Mijn broer en ik besloten dat dit beter kon. Onze Varianto-baan met Shell-autootje en vrachtwagentje met open laadbak kon niet op tegen dit geweld (Aston Martin!) en daar moest wat aan gebeuren. Helaas heeft mijn moeder, nog steeds alive and kickin’, nul verstand van techniek en zij kocht dus een baan van Circuit 24. In die doos zaten nota bene twee precies dezelfde auto’s! Hoeveel ruzie wil je hebben? Met die rare beltrafo-motoren mochten wij zelf het wiel uitvinden, want mijn vader had een drukke praktijk in Oost-Brabant en in het voorbij rennen vroeg hij meermalen of het leuk was, maar ik vraag me af of hij wist dat het een racebaan was.

Het was beslist geen succes, hoewel we er nog veel mee hebben gespeeld en ik leerde toen al het nodige over techniek, een aspect dat ik minstens zo belangrijk vond als het racen zelf. Het werd later een passie voor de F1 met Alain Prost. Moe van het zeilen, in die tijd een hobby die meer dan mijn vrije tijd opslokte, keek ik naar de prestaties van ‘Le Professeur’. Het aardige vond ik dat er maar één regel was: de snelste wint en je ziet maar hoe je het voor elkaar bokst. Met recht: de dood of de gladiolen. Daarbij vond ik dat de F1 het enige bruikbare laboratorium was voor die imposante auto-industrie. Mijn eerste auto was een Kever, gekocht voor 25 gulden. Twee jaar in gereden en toen ingeruild voor een Renault 5 GTX. Ik wist niet wat me overkwam; de weg bleek één groot circuit. Min of meer gelijktijdig introduceerde Renault de turbo (omstanders: Hahahahahaha!) en het kleine socialistische arbeidersfabriekje kreeg zware klappen en een heel gedeukt imago als er weer een opgeblazen turbo langs de kant stond. Maar het kwam goed, zoals iedereen onderhand wel weet. Ik heb eigenlijk nooit anders meer gereden met een klein lichtelijk debiel uitstapje naar Nissan, dat de Patrol (V6 diesel) leverde om onze paarden door het land te sleuren. Toch nog iets goeds aan die rot auto waar alles aan kapot ging en die ’s winters -strijk en zet- dichtvroor: ik werd in de polder op weg naar Emmeloord waar IJsbrand was geopereerd, geflitst. Met 132, met tweepaardstrailer aan de haak! Na aftrek van 5 km precies onder de fatale grens boven 80! Poeh, poeh!

Interview met Hein TunnissenOnder de Pannen
In ons huis in Musselkanaal hebben we een grote zolder boven onze grote schuur. We wisten niet zo goed wat we daar mee moesten, totdat mijn vrouw bedacht dat zij iets moest verzinnen om mij thuis te houden. Met een professionele horeca-achtergrond, kocht zij bij (DE) Piet Vet een biljart voor mannie. Die kwam op de zolder (plaats zat) en al snel zette haar oude werkgever er uit dankbaarheid voor inzet en passie, zakelijk inzicht en PR-uiterlijk, want een eufemisme is voor blonde stoot, een heuse flipperkast naast. Toen was er nog een zusje in Heidelberg dat een tafelvoetbalspel Made in Germany meebracht en zelf kocht ik er nog voor een paar knaken een tafeltennistafel van Heemskerk bij. Mooi ding! Om kort te gaan, onze Speelzolder annex Café ‘Onder de Pannen’ werd een groot succes. Sinterklaas deed er nog een dartbord bij (sindsdien op TV ook erg populair!) en we kochten ergens een onwaarschijnlijk groot leren bankstel voor wat gekeuvel en geklets. Resteerde nog een hoekje waar nog wel wat paste. Ik bedacht zelf: een racebaan voor Rick. Leek me leuk! Hij keek me verwachtingsvol aan en ging iets anders doen. Circuit Zolder? Circuit Kolder! Ik bouwde een Fleischmann-racebaan, waarbij hij in het midden kon zitten. Met een brug op basis van een oud houtenkeukentrapje kon hij zijn cockpit bereiken. Toen de belangstelling wat tegenviel, nul dus, besloot ik zelf door te gaan. Ik rekte de lengte op tot circa 48 meter (“Dat is wel cool, pap!”) en zorgde vooral voor een recht eind van 10 meter, omdat het me altijd opviel dat op racebanen de maximumsnelheid vrijwel nooit wordt gehaald om de simpele reden dat het rechte eind te kort is. Daar had ik op onze zolder geen last van. Ik zou er zomaar nog vier meter aan vast kunnen plakken, maar voor de topsnelheid is dat niet nodig. Allengs raakte ik steeds meer gefascineerd, ik kan niet anders zeggen. Er bleek in de loop der jaren ook veel veranderd te zijn. Hornby Scalextric was er nog en ook beduidend beter. Met mijn voorliefde voor F1 kocht ik vooral F1-karretjes en reed precies zoals op de circuits: op de limiet. Hield ik mijn vrouw gezelschap, dan las ik op de tablet of laptop het Racebaanboek. Ik had veel in te halen.